Maybelline Lash Sensational – Tip van de week

Hallo iedereen!

Vandaag een andere ‘Tip van de week’, al is het misschien meer een review.

Ik had al veel goede commentaren gehoord over de Lash Sentational mascara van Maybelline en dus heb ik heb uiteindelijk gekocht voor ongeveer €13 in het Kruitvat. Normaal vind ik dat nogal veel voor een mascara, maar ik wou hem super graag uitproberen en het is zijn geld zeker waard!

De mascara doet wat hij belooft, want ik krijg er inderdaad de indruk dat ik meer, dikkere en langere wimpers heb. Het borsteltje is gekromd, wat het heel gemakkelijk maakt om het aan te brengen en krult je wimpers ook een beetje. Heel handig!

20160119_185745.jpg

De mascara klontert ook niet, zoals je soms wel hebt. Dus geen brokjes. 🙂 Het enige nadeel vind ik dat Maybelline niet diervriendelijk zou zijn. Dit wist ik echter nog niet toen ik het kocht.

Je zal het waarschijnlijk wel doorhebben: ik ben zeer enthousiast! Ik zou deze mascara aan iedereen aanraden!

Kennen jullie deze mascara? Ooit uitgeprobeerd en wat vind je ervan? Ben je ook enthousiast over een andere mascara die je mij wel zou aanraden?

Groetjes ❤ en vergeet niet

Give A Smile Everyday!

 

Advertenties

Historisch verhaal: a full moon

Hallo iedereen!

Vandaag heb ik een verhaal voor jullie dat ik vorig jaar voor school geschreven heb. Het is een historisch verhaal dat zich afspeelt in de periode van de middeleeuwen en misschien soms een beetje hard. Laat me gerust weten wat je ervan vindt!

 

Historisch verhaal
A full Moon

Mijn moeder is bij mijn vader en mij weggegaan toen ik 7 was. Ik mis haar wel; we kwamen zo goed overeen en ze noemde me vaak bij de bijnaam Moon. Ik weet zelf niet goed waarom juist die naam, maar misschien heeft het iets te maken met mijn vroegere gewoonte om er ‘s nachts op uit te trekken en een plaats te zoeken om naar de heldere maan te kijken. Ik werd er rustig van. Misschien moet ik daar maar eens terug mee beginnen…
Met een vader zoals de mijne begrijp ik de keuze van mijn moeder helemaal. Hij heeft regelmatig woedeaanvallen en weet echt alles beter. Ik ben stiekem wel bang van hem, misschien omdat hij, als het hem niet aanstaat, mij gerust een klap durft te geven. Maar sinds hij de leider van het leger van Brugge is, is hij vaak weg. Mijn moeder gaf me, toen ze weg ging, een adres en zei dat ik altijd naar daar mocht komen als ik het bij mijn vader niet meer zag zitten. Dat adres ken ik intussen van buiten: de Boomstraet in Schoten. Je weet maar nooit…

Toen ik 3 jaar geleden 14 jaar werd, besloot mijn vader dat ik moest opgeleid worden als soldaat. Niet dat ik dat erg vond; integendeel, ik droomde er al van als klein jongetje. Nu als 17-jarige zit mijn opleiding er bijna op.
Mijn vader vertelde me gisteren dat het leger naar Antwerpen gaat en omdat hij me oud genoeg vindt, mag, nee moet, ik mee.
Dus rij ik nu naast hem op Allison, mijn zwarte merrie. We draven de stadspoort binnen en het wordt me als snel duidelijk: hier is oorlog aan de gang! Overal zie ik onze soldaten vechten met mensen die het niet eens zijn met de inneming van de stad. Vrouwen in grauwe jurken schreeuwen en huilen, boeren vechten met bijlen en andere wapens tegen de soldaten, maar kunnen niet op tegen de goed getrainde mannen. Overal waar ik kijk, zie ik bloed; de geur van de dood kruipt in mijn neus. Ik rij samen met mijn vader, die een zo tevreden blik heeft dat ik er rillingen van krijg, door de straten en overal zie ik hetzelfde afschuwelijke tafereel. We slaan de hoofdweg in en vanuit de verte bemerk ik het paleis waar ik gedurende mijn tijd in Antwerpen zal verblijven. Het is bekleed met goud en verschrikkelijk groot.
‘Hallo, help!’ Ik kijk om en een blondharig jongetje zwaait naar mij. Hij lijkt me een jaar of 3 en zijn gezicht is bedekt met bloedvegen. Zijn wangen zijn nog nat van het huilen en snot loopt uit zijn neus. Hij kijkt me smekend aan en ik stop. ‘Vader!’ roep ik en hij kijkt om. ‘Ja?!’ roept hij nors terug. ‘Gaat u maar al door naar het paleis. Ik volg wel, maar ik wil hier nog even rondkijken.’ ‘Oké, maar het is je eigen schuld als je verloren rijdt, niet de mijne’, antwoordt hij en weg is hij. Ik zucht en stap van mijn paard. Het jongetje komt naar me toe, pakt me vast aan mijn been en begint te huilen. Ik neem de jongen op en vraag hem op een lieve toon: ‘Hallo jongen, wat scheelt er?’ ‘Ik vind’, jammert hij, ‘familie niet meer.’ Ik aai hem geruststellend over zijn hoofd. ‘Ik zal je helpen zoeken, is dat goed?’ Hij knikt en veegt met zijn handje in zijn ogen. Ik loop met hem en Allison door de straten tot ik plots een meisjesstem hoor. ‘Tommy, waar was je? We waren zo ongerust!’ Het jongetje loopt naar een meisje van ik schat 16 jaar en springt in haar armen. Ze heeft bruin, golvend haar en een licht getinte huid. Hoewel ze een grauw kleed draagt, vind ik toch dat ze er prachtig uitziet. ‘Hallo’, zegt ze een beetje wantrouwig en als ze mijn soldaatuitrusting ziet, vraagt ze met een bedrukt gezicht: ‘Wat doe jij hier?’ Ik begrijp dat ze me ziet als een vijand en zeg voorzichtig: ‘Tommy was de weg kwijt en ik heb hem geholpen met zoeken.’ ‘Wel bedankt en maak dat je nu weg bent’, bijt ze me toe. Ik kijk in haar kwade, helderblauwe ogen en staar gekwetst naar de grond. ‘Jongen echt waar. Hij heeft Tommy geholpen. Zus niet boos zijn. Jongen is braaf!’ De kleine Tommy legt zijn hand op haar wang en haar blik wordt zachter. ‘Sorry, bedankt om mijn broertje terug te brengen’, zegt ze zacht. ‘Graag gedaan’, antwoord ik en glimlach. Ze glimlacht voorzichtig terug. ‘Marie, met wie zijn jullie aan het praten?’ hoor ik vanuit het huis komen. Het meisje kijkt verschrikt op en roept terug: ‘Niets hoor, we komen terug naar binnen.’ Ze kijkt me nog een laatste keer aan en glimlacht. Ik zie haar lippen het woord ‘bedankt’ vormen en ze loopt met Tommy het huis binnen. Wow; ik realiseer me dat liefde op het eerste gezicht wel bestaat. Ik kijk haar na en loop terug naar Allison, die wat aan het grazen is op een grasveldje. Mijn glimlach verdwijnt als ik me realiseer wat ik net heb gedaan. Ik heb de vijand geholpen! Het is de bedoeling dat ik hier ga vechten tegen de mensen en zelfs moorden en wat doe ik? Ik help de plaatselijke bevolking en flirt zelf met een Antwerps meisje! Als mij vader hier achter komt, dan zwaait er wat. Ik kan maar beter naar het paleis gaan en zo geen stoot meer uithalen…

Enkele dagen later is de rust in de stad teruggekeerd. De mensen geven zich over en betalen braafjes de belastingen die mijn vader ze op heeft gelegd. Sommige mensen blijven echter tegendraads doen en worden gevangengenomen. En ik heb gevochten zoals mijn vader het opgedragen heeft, ook al wou ik het liever niet doen.
Ik loop de marmeren trap van het paleis af. Het is hier rijkelijk versierd en overal hangen gouden lusters. Ik vind het allemaal wat overdreven. Op de binnenplaats staat mijn vader al klaar met weer een van zijn lelijke, grijze, krullende pruiken. Nooit van mijn leven doe ik zo iets aan! Ik loop naar hem toe en hij snauwt me toe: ‘Jasper, zorg de volgende keer dat je er op tijd bent!’ ‘Ja vader’, antwoord ik vlug. Voor ons staat de rij met gevangenen, allemaal in een grauw onderkleed. Ik bekijk ze allemaal. Het zien er zulke onschuldige en lieve mensen uit. Ik vrees voor wat mijn vader met hen van plan is. Mijn blik valt op een meisje en ik bekijk haar eens goed. Net op dat moment kijkt ze me aan en mijn vermoeden klopt: het is Marie, de zus van Tommy, het jongetje dat ik geholpen heb met het vinden van zijn ouders. Het meisje dat ik zo aantrekkelijk vind, staat hier nu te wachten op haar niet veelbelovende lot. Ze herkent me en haar angstige blik verandert in een voorzichtige glimlach en niet veel later in een teleurgestelde blik. De belangrijkste mensen van het leger hebben zich verzameld rondom ons. Mijn vader kucht en beweegt zijn grijze snor. ‘Dit zijn de mensen die het zo nodig vonden om zich te verzetten tegen mijn eisen. Deze mensen kregen een gevangenisstraf, maar vonden dat blijkbaar niet genoeg en deden een ontsnappingspoging. Dezen zullen dan ook de gepaste straf krijgen.’ Hij neemt een pauze om de ernst van zijn woorden te laten doordringen en gaat dan verder. ‘Dezen krijgen de doodstraf.’ Nadat hij dit gezegd heeft, weerklinken kreten en gehuil van de mensen voor mij. Marie neemt Tommy in haar armen en weent stilletjes. Dit had ik niet verwacht; de doodstraf voor ongeveer 20 mensen, waaronder Marie, Tommy en ik veronderstel dat de twee mensen achter hen hun ouders zijn. Ik weet dat mijn vader wreed is, maar dit had ik niet verwacht. De meesten onder de gevangenen zijn kinderen! ‘Kalmte!’ schreeuwt mijn vader. ‘Natuurlijk ben ik niet wreed en ga ik jullie dus niet allemaal laten sterven. Laten we beginnen met de volwassenen.’ De ouders van Marie en Tommy beginnen te wenen en omhelzen hun kinderen. Marie kijkt me smekend en kwaad tegelijk aan. Ik wil protesteren tegen mijn vader, maar weet dat ik dat beter niet kan doen. Dat zou erge gevolgen hebben en niet alleen voor mij. ‘Jasper, mijn zoon, breng de volwassenen naar buiten en schiet ze af!’ Ik wil protesteren, maar mijn vader verlaat samen met de meeste soldaten de binnenplaats. De andere soldaten scheiden de kinderen van hun ouders en zetten hen terug in de gevangenis. Marie gaat als laatste en kijkt me gebroken aan. Ik haal verontschuldigend mijn schouders op, maar ze loopt kwaad en vastberaden door. Ik weet het ook niet hoor. Ik volg de volwassenen naar buiten en bereid me voor op wat gaat komen. Ik zou liegen moest ik zeggen dat het mijn eerste keer is dat ik iemand vermoord. Mijn vader heeft het me al genoeg verplicht, maar deze keer was anders. Deze keer moet ik de ouders van verschillende kinderen, waaronder het meisje dat ik leuk vind, doden. Ik sta buiten samen met ongeveer 10 volwassenen. De soldaten zijn terug naar binnen, dus ik sta er alleen voor. Ik kijk iedere persoon afzonderlijk aan en ieder van hen kijkt me niet alleen kwaad en bang, maar ook vol medelijden aan. Dan zie ik de ouders van Marie en Tommy en de moed zakt tot in mijn sandalen. Ik kan dit niet; ik kan onschuldige mensen niets aandoen. Zo ben ik niet. Ik kuch en begin zacht te praten: ‘Ik weet dat jullie veroordeeld zijn tot te doodstraf en dan nog door mijn bloedeigen vader. Maar ik ben het oneens met hem.’ De gevangenen kijken elkaar onbegrijpend aan. ‘Inderdaad. Wat ik nu ga doen, kan vreselijke gevolgen hebben, ook voor mij. Maar ik kan en wil jullie niets aandoen.’ Ik slaag mijn ogen neer en hoor aarzelend gemompel en goedkeurende zuchten. ‘Ik laat jullie gaan. De meesten onder jullie zullen niet meer naar huis kunnen, maar daarvoor weet ik wel een oplossing.’ Ik leg hun uit dat ze naar het adres kunnen gaan dat mijn moeder me heeft gegeven en dat ze daar wel met open armen ontvangen zullen worden. ‘Wat gebeurt er met onze kinderen?’ vroeg de vader van Marie en Tommy. Ik slik: ‘Ik zal er alles aan doen om ook hen veilig te stellen.’ Hij kijkt me dankbaar aan en dan beveel ik aan alle volwassenen om te vertrekken. ‘Vertrek en kom nooit meer terug. Haast jullie voor mijn vader het te weten komt!’ Ieder onder hen bedankt me persoonlijk en zegt dat er meer mensen als ik zouden moeten zijn en dat men hoopt dat alles voor mij in orde komt. Dan vertrekken ze en op mijn aandringen nemen ze ook mijn pistool mee, voor het geval dat ze het nodig zouden hebben. Dit is fout; mijn voornemen om de vijand niet te helpen is weer mislukt. Maar wat moest ik dan? Al die onschuldige mensen doodschieten? Nee, dat dacht ik ook! Maar nu heb ik me wel verschrikkelijk in de nesten gewerkt. Ik ga zuchtend zitten op de marmeren trap van de ingang. Wat nu? Mijn vader mag dit echt niet te weten komen. Maar ik kan niet wegvluchten, de volwassenen achterna, want ik kan al die kinderen en zeker Marie niet in de steek laten. Dus ik beslis dat ik snel met een oplossing moet komen voordat mijn vader argwaan krijgt.
En tien minuutjes later kom ik met een oplossing: ik ga me verzetten tegen mijn vader, maar zonder dat hij het weet. Ik ga een tweede persoonlijkheid ontwikkelen. Mijn moeder noemde mij altijd Moon, dus waarom zou ik die naam dan niet gebruiken voor mijn alter ego? En toen ik klein was, heb ik een prachtig wijnrode masker met op de rechterwang een nachtblauwe ster en op het voorhoofd een maan in diezelfde kleur gekregen van mijn oma. Ze zat in haar tuin en riep me bij zich. ‘Dit, jongen, is een erfstuk, dus draag er maar goed zorg voor. Ik vind het wel bij je passen.’ Ze keek me glimlachend aan en gaf het aan mij. Ik vond het prachtig en neem het nog steeds overal met me mee. Niemand behalve mijn oma, die jammer genoeg een maand nadat ze het masker aan mij had gegeven, is gestorven, weet ervan. Zelfs mijn moeder weet niet van het erfstuk dat haar moeder me had gegeven. Dit lijkt me dus de gepaste manier om onherkenbaar op te treden. Ik sta op van de trap en schud het vuil van mijn legerkledij. Ik zal wel nog één of andere cape zoeken om rond mij te slagen. Ik ben best tevreden en voel me zelfs een beetje zoals Robin Hood, maar dan zonder pijl en boog; ik heb geen wapens nodig.

‘Vader! Vader! Er is iets verschrikkelijks gebeurd!’ roep ik als ik de binnenplaats terug oploop. ‘Wat nu weer?’ vraagt mijn vader die samen met nog andere soldaten naar me toeloopt. ‘Ik wou de gevangenen afschieten, zoals u mij bevolen had, toen er plots een man met een vreemd masker op zijn gezicht me tegenhield. Hij pakte mijn pistool af en nam alle volwassenen mee! Ik ben hen nog achterna gerend, maar het was al te laat; ze waren al verdwenen.’ Ik kijk hem angstig aan. De soldaten beginnen druk te fluisteren tegen elkaar tot mijn vader roept: ‘Kalmte!’ Het geroezemoes verstomt. ‘Jasper, hoe is dat nu mogelijk?! Ik vraag je om één ding te doen en zelfs dat lukt je niet!’ Verdrietig kijk ik hem aan. ‘Sorry, dit was niet de bedoeling.’ ‘Dat mag ik hopen! Oké, hoe lossen we dit op?’ Hij begint te ijsberen. ‘De kinderen mogen dit absoluut niet te weten komen; anders krijgen ze misschien nog hoop dat zoiets ook met hen kan gebeuren. Laten we dit voor onszelf houden en naar de buitenwereld toe vertellen dat Jasper ze heeft vermoord.’ Ik neem opgelucht adem. ‘Laten we dan nu naar de kinderen gaan en hun vertellen dat zij deze avond aan de beurt zijn’, beveelt mijn vader. Oh nee, Marie…

Ik kom mijn kamer binnen en laat me op mijn rode satijnen lakens zakken. Ja, het was even erg als ik gevreesd had. Marie was wenend op de grond gezakt en toen mijn vader weggegaan was, wou ik haar gaan troosten. Maar dat had een averechts effect; ze begon te roepen en te tieren en gaf me zelfs een klets in mijn gezicht. Ik leg mijn hand op mijn wang. Tijd voor het plan.

De verroeste poort van de plaats waar de kinderen gevangen zitten, kraakt luid als ik de sleutel in het slot steek en ik krimp in elkaar. Ik sla mijn cape, die ik gemaakt heb van mijn lakens, nog eens stevig om me heen en zet mijn masker op.
Binnen hoor ik de kindjes stilletjes snurken en ik kijk de ruimte rond. Ze liggen allemaal opgerold op de koude, vuile grond. In een hoek liggen hun uitwerpselen van de voorbije dagen. Een snik weerklinkt en ik loop in de richting van het geluid. Een meisje ligt te snikken en als ik nog wat dichterbij kom, zie ik dat het Marie is. Als ze me opmerkt, kijkt ze me met bange, betraande ogen aan. Ze staat op en fluistert me toe: ‘Wie ben jij?’ ‘Ik ben Moon’, antwoord ik stilletjes. ‘Moet ik schrik van je hebben?’ ‘Neen, ik kom je helpen.’ ‘Dat kan niet; de poort zit op slot. We geraken hier niet weg. En ik ga geen poging doen om te ontsnappen. Dat loopt niet goed af.’ Ze begint terug te snikken en ik sla mijn hand om haar schouder. Tot mijn verbazing laat ze die daar liggen. ‘Hoe denk je’, fluister ik in haar oor, ‘dat ik hier ben binnengekomen?’ Ze kijkt me hoopvol aan en ik laat haar de grote ijzeren sleutel zien. Een glimlach vormt zich rond haar lippen. ‘Kom, maak de rest wakker; dan kunnen we vertrekken!’ fluister ik. Ik neem mijn arm van haar schouder en we beginnen allebei de kinderen wakker te maken. Met Marie erbij zijn ze met zes. De jongste is een rossig meisje van ongeveer 2 jaar. Ze wrijft de slaap uit haar ogen en komt naar me toe. Ik neem haar op en zet haar op mijn arm, wat niet zo gemakkelijk is met een cape om. Ze slaat haar kleine armpjes om mijn hals en valt daar terug in slaap. Mijn glimlach wordt verborgen door mijn masker. Marie kijkt me lachend aan en er verschijnen kuiltjes in haar wangen. O, wat is ze mooi! Ze draait zich terug om en wekt Tommy. Die slaat zijn armen om haar heen. ‘Marie, hebben we iedereen?’ vraag ik haar. Ze kijkt me achterdochtig aan. ‘Hoe weet je dat ik Marie heet? Ik heb je mijn naam niet verteld.’ Oppassen Moon. ‘Oh, ik hoorde een kindje je Marie noemen, vandaar’, antwoord ik vlug. Ze lijkt tevreden met het antwoord, want ze zegt: ‘Ja, we kunnen gaan.’ Ik open de poort die nog open staat van daarnet en laat de kinderen naar buiten. ‘Stil zijn, hoor.’ Marie komt als laatste met Tommy naar buiten. Allison had ik voor de poort klaargezet zodat we snel konden vertrekken. Ik zeg tegen Marie, die Tommy op de grond heeft neergezet, dat ze de drie andere kinderen op het paard moet zetten. Ik gebaar naar het meisje dat op mijn schouder ligt. Ze knikt begrijpend. Als ze alle drie op het paard zitten en ze Tommy in haar armen heeft, vraagt Marie me: ‘Waarom doe je dit?’ ‘Jullie zijn onschuldig’, antwoord ik simpel. ‘Naar waar gaan we?’ ‘Naar mijn moeder; daar zijn jullie veilig. Kunnen we vertrekken?’ Ze knikt en we gaan op weg met ieder een kind op de arm en Allison, die de drie andere kinderen draagt.
‘Moon?’ ‘Ja?’ Ik draai me om naar Marie. ‘Waarom dat masker?’ Ik slik. ‘Zodat je niet weet wie ik ben.’ ‘Dus ik ken je?’ ‘Het is beter dat je dat niet weet’, zucht ik. Ze kijkt me teleurgesteld aan en fluistert: ‘Zal ik het ooit te weten komen?’ Ik glimlach, ook al kan ze dat niet zien. ‘Misschien.’

We lopen goed door en de tocht verloopt zonder problemen. ’s Nachts slapen we onder de blote hemel met enkel de maan die over ons waakt. Marie en ik groeien steeds dichter naar elkaar toe en ik heb het gevoel dat ze me echt mag.
Ze is in slaap gevallen in mijn armen en ik voel me gelukkig, ondanks de omstandigheden. Wat me dan weer minder gelukkig maakt, is dat ze mijn gezicht wilt zien. Ze wil weten wie ik ben, maar als ze weet wie ik ben, wordt ze misschien weer heel kwaad en verdrietig en dat wil ik niet. Haar hoofd ligt op mijn borst en ik streel haar bruine haren. ‘Moon?’ mompelt ze. ‘Ja, ik ben hier’, antwoord ik en ze kijkt me aan. ‘Ik denk dat ik van je hou.’ ‘Marie, ik denk dat ik ook van jou hou’, fluister ik terug. Ze neemt mijn masker vast met haar hand en ik schrik. Ik hou haar tegen. ‘Asjeblieft, dit wil ik niet en jij ook niet geloof me.’ Ze kijkt me aandachtig aan en zegt: ‘Je hoeft geen schrik te hebben voor mijn reactie: ik hou van je. Het maakt niet uit wie je bent of hoe je eruit ziet.’ Ik zucht. ‘Oké dan.’ Ze neemt mijn masker af en ik kijk haar in de ogen. ‘Nee!’ schreeuwt ze. Een traan loopt uit mijn ooghoek. ‘Nee! Je hebt mijn ouders vermoord!’ Ze begint te snikken en wilt weglopen, maar ik pak haar hand vast. Ik leg het haar allemaal uit; van het begin van mijn leven tot de leugen van mijn vader en de volwassenen die ik voorop heb gestuurd. ‘Sorry voor mijn reactie. Ik had het nog zo beloofd dat ik niet fout zou reageren.’ Ze kijkt me verlegen aan. ‘Het maakt niet uit’, zeg ik en ik omhels haar. Wat volgt, is onze eerste kus…

Gisteren zijn we aangekomen in de boerderij van mijn moeder. Het was een emotioneel terugzien en we hebben heel de dag bijgepraat. De ouders zijn herenigd met hun kinderen en iedereen heeft een plaatsje gekregen op de boerderij. Marie en ik zijn een klef stel geworden waar ik vroeger altijd zo jaloers op was.

Terwijl ik de vloer veeg met de oude bezem, hoor ik hard gebonk op de houten deur. Marie kijkt me vragend aan en loopt samen met me naar de deur. Ik open hem en schrik me kapot. Mijn vader. En zijn leger. Hoe hebben ze ons gevonden? Niemand wist van dit adres! Mijn hart begint als een gek te kloppen en ik kijk mijn vader in de ogen. ‘Jasper!’ schreeuwt hij kwaad. Marie slaat verschrikt een hand voor haar mond met haar andere arm trekt ze me bij zich. Mijn vader richt zijn pistool op mij. ‘Vader, ik kan het uitleggen…’ Maar hij schudt zijn hoofd en ik hoor Marie snikken. Een schot weerklinkt. En dan niets meer.

 

“Three things cannot be long hidden: the sun, the moon, and the truth.”

 

Sick(ick)!

Hallo iedereen!

Vandaag wil ik jullie een artiest voorstellen. Zijn naam is Sickick en ik denk dat hij in Canada woont. Zijn fans worden het SickickArmy genoemd. Hij heeft last van angsten, maar wil de negatieve energie omzetten in positieve. Dat is ook wat hij wil bereiken met de ‪#‎SpreadTheSickness‬ campagne. Dat hij iedereen kan overtuigen hun eigen ‘Sickness’ te verspreiden, wat dat ook mag zijn, en jezelf te bevrijden van welke vrees dan ook. Hij draagt ook een masker in al zijn video’s, om anoniem te blijven, maar ook omdat hij daar blijkbaar kracht uithaalt.

Vroeger deed hij alleen covers en mashups, maar maakte van het liedje iets helemaal anders. Nu maakt hij ook helemaal zelf gemaakte liedjes.

Ik hou verschrikkelijk veel van zijn muziek en hoewel ik hem natuurlijk niet persoonlijk ken, ben ik heel trots op hem! Dit is zijn laatste nieuwe:

 

Everyone has a dark side. Find the beauty in yours.

Groetjes ❤ en vergeet niet

Give A Smile Everyday!

 

 

 

 

Verloren vriendschap?

Hallo iedereen!

Een andere ‘Goed in mijn hoofd’! Vandaag ga ik het hebben over een ‘vriendschap’ met een bepaald persoon in mijn leven en voor het gemak noem ik haar nu Sanne. (Ik wil niet kwaad spreken over iemand en heb ook nooit de intentie iemand te kwetsen.)

We waren een groepje van 4 meisjes, maar een tijdje geleden begon Sanne ons precies niet meer genoeg te vinden. Ging opeens meer om met andere mensen. Ze maakte ook opmerkingen en grapjes over ons, en ik weet het zijn grapjes, maar ze kwetsten! Ook moet ik toegeven dat ik tegenover mij nooit echt helemaal op mijn gemak heb gevoeld bij haar en praatte ook nooit met haar over hoe ik me voelde.  Dit komt volgens mij omdat ze nogal snel vooroordelen heeft en ik er zeker van ben dat ze me over sommige dingen zou veroordelen. Ik heb ook het gevoel dat ze mij absoluut niet (meer) mag en ze heeft het achter mijn rug al eens gehad over mij en dan niet in de positieve zin. Ik rij ook met haar (en nog een meisje) mee naar huis na school, maar tegenwoordig voel ik me daar ook niet meer op mijn gemak. Als ze mij roept in de fietsenstalling dat we vertrekken, lijkt het eerder alsof ze op een hond roept. Ik voel me echt niet meer goed bij haar en ik ben niet de enige: de 2 andere mensen van het groepje denken er volgens mij ook zo over, want we zijn tegenwoordig niet echt meer ons vroeger groepje. We zijn nu meestal zonder haar. Niet dat Sanne dat erg lijkt te vinden.

Ik zeg niet dat dit haar schuld is. Misschien zijn we gewoon uit elkaar gegroeid, ik weet het niet. Ik vind het heel erg dat dit gebeurde, maar heb echt het gevoel dat het zo niet meer kan. Misschien verbeeld ik me dit alles wel, maar ik denk het niet. Het doet me echt veel pijn, maar ik denk dat het beter is dat ik hoofdstuk Sanne afsluit…

Wat denken jullie hierover? Hebben jullie misschien advies? Heb je ooit ook zoiets meegemaakt? En wat heb je toen gedaan?

Groetjes ❤ en vergeet niet

Give A Smile Everyday

 

Nuttela handpompje DIY

Hallo iedereen!

Vandaag heb ik een DIY voor jullie. Het is een handpompje in de vorm van een Nuttela-pot met natuurlijk bruine zeep. Even ter verduidelijking: dit is niet eetbaar en ruikt niet naar choco! 😉 Het is niet heel moeilijk:

1) Een lege chocobokaal uitwassen.
844fc36a87c2c1f251cccc07b9ad6cb7
2) Witte (geen doorschijnende) vloeibare zeep in een bakje doen en er enkele lepels Nesquik aan toevoegen. En dan heel goed roeren, zodat er zeker geen brokken inzitten.

20160111_19524120160111_200121.jpg

3) Dit mengsel in de pot gieten.

20160111_201451.jpg

4) Een gaatje met een mes maken in het deksel en het pompje erdoor steken.

20160111_201006.jpg

5) Deksel op pot zetten en klaar!

 

Ik heb dit als cadeautje gegeven aan mijn beste vriendin voor haar verjaardag. 🙂 Let wel op dat het niet uitloopt!

Wat vind je van deze DIY?

Groetjes ❤ en vergeet niet

Give A Smile Everyday!

 

 

 

Lopen met muziek – Tip van de week

Hallo iedereen!

Deze week ben ik erachter gekomen dat lopen met muziek zoveel gemakkelijker is om het lopen vol te houden! Ik ben echt geen krak in lopen/joggen. Na een paar minuten ben ik al kapot. Maar met muziek op, en liefst ook oortjes in, word ik afgeleid van mijn maag en mijn longen die niet oké worden als ik loop. (Mijn conditie ligt ver onder het zeeniveau.) Dus dit is mijn tip van de week! Als je om de een of andere reden wil lopen, doe het met muziek. Het is zoveel makkelijker!

Wat zijn jouw ervaringen met lopen/joggen?

Groetjes ❤ en vergeet niet

Give A Smile Everyday

Blind…

Hoi iedereen!

Een leerkracht vertelde mijn klas ooit dat er veel blinde mensen zijn. Het is niet zo dat die mensen niet kunnen zien omdat hun ogen niet werken zoals ze zouden moeten, maar omdat deze mensen de goede dingen in het leven niet willen of kunnen zien omwille van alle slechte dingen die ze hebben meegemaakt of meemaken.

Dit deed me nadenken en ik zou dit even op mij willen toepassen. Ik moet toegeven dat ik dan soms blind ben. En niet omdat ik niet goed kan zien 😉 (ik draag een bril). Er waren en zijn momenten dat ik de goede dingen laat overschaduwen door de slechtere, vaak onbewust. Maar ik weet dat ik altijd iets positief moet vinden en dat is soms moeilijk, maar ik probeer het!

Wat denk jij over wat een leerkracht me ooit vertelde?  En ben jij dan soms blind?

Groetjes ♡ en vergeet niet
Give A Smile Everyday